De klant als financier
"Wij vangen kleine vissen met een stukje aas. En met die kleine
vissen vangen we weer grotere vissen. Zo hebben wij de afgelopen
jaren de groei gefinancierd", zegt G. van Kampen, commercieel
directeur en mede-eigenaar van het softwarebedrijf Allshare. Sinds
de oprichting in 1987 is Allshare uitgegroeid tot een bedrijf met
een jaar omzet van ruim ƒ20 miljoen, een netto winst van ruim ? 4
miljoen en een personeelsbestand van 75. Belangrijkste financier: de
klant.
Allshare is in 1987 voortgekomen uit Tymshare, een Amerikaans
bedrijf met mainframe computers dat beschikbare 'computertijd'
verhuurde aan afnemers. In de jaren zeventig was het bedrijf hiermee
groot geworden. Maar met de opkomst van personal computers kwamen de
resultaten van Tyme Share sterk onder druk te staan. "Tyme Share
beschikte echter ook over een aantal goede softwareproducten" zegt
G. van Kampen, commercieel directeur en mede-eigenaar van Allshare.
"Alleen zag de directie van Tyme Share hier niets in." Van Kampen en
drie andere werknemers wel. Zij besloten de software-activiteiten
van Tyme Share zelfstandig voort te zetten. Van Kampen c.s. hadden
rond de ƒ2 miljoen startkapitaal nodig.
De bulk van dit bedrag werd moeiteloos bij elkaar geleend - bij de
belangrijkste klanten.Destijds had het bedrijf twee productgroepen:
software voor commissionairs in effecten en
personeelsinformatiesystemen. In de loop van de tijd is het bedrijf
ook op de markt gekomen met uit Amerika geïmporteerde financiële
pakketten. Daarnaast verkoopt Allshare computers en - belangrijker
nog - biedt het ondersteuning. Bijvoorbeeld aan de effectenbanken
uit de klantenkring van Allshare: deze hebben in het algemeen wel
een complexe administratie en automatisering, maar geen eigen
computerafdeling. Als er iets misgaat, grijpt Allshare in. Het
startkapitaal dat in 1987 werd aangetrokken was grotendeels van de
commissionairs in effecten afkomstig. "De effectenbanken die wij
bedienden waren voldoende kapitaalkrachtig. En natuurlijk wilden ze
ons financieren. Zij waren nu eenmaal sterk van ons afhankelijk."
Merkwaardig
In de begin jaren kende Allshare 'zeer merkwaardige'
balansverhoudingen. Het merendeel van de aandelen was in handen van
Van Kampen en zijn drie collega's. Daarnaast hadden de verschaffers
van het vreemde vermogen een gedeelte van de aandelen bedongen.
"Maar door de lage prijs van de aandelen viel het eigen vermogen in
het niet bij het vreemde vermogen. De solvabiliteit was dus zeer
slecht." Problemen heeft dit nooit opgeleverd. "Onze klanten betalen
goed, dus er hebben zich nooit liquiditeitsproblemen voorgedaan. Wij
konden onze schuld binnen een jaar aflossen."
De daaropvolgende groei van Allshare is helemaal uit ingehouden
winsten gefinancierd. "Sowieso zijn de investeringen die je als
softwarebedrijf hebt beperkt. Wij proberen bovendien altijd als
eerste een markt te betreden. Dat heeft onder andere als voordeel
dat je een product kunt aanbieden zonder al te veel aanloopkosten:
de functionaliteit kan beperkt blijven en de marketingkosten liggen
lager dan in een markt met hevige concurrentie. Uit de opbrengsten
kunnen we vervolgens verder werken aan product- en
marktontwikkeling."
Tot dusver heeft dit principe - 'een klein visje vangen met wat aas
en een grote vis met een klein visje', in de woorden van Van Kampen
- uitstekend gewerkt. Op het ogenblik is Allshare evenwel op zoek
naar een injectie van eigen vermogen. Allshare - met een eigen
vermogen van ƒ10 miljoen - wil een distributiebedrijf overnemen voor
rond de ƒ20 miljoen. Hoewel het bedrag in beginsel ook kan worden
geleend, hoopt Van Kampen dat een venture-capitalmaatschappij of een
strategische partner bij wil springen. "Wij hebben liever eigen
vermogen dan vreemd vermogen. Weliswaar moet je een deel van je
winst afstaan aan degene die geparticipeerd heeft. Dan ben je dus
veel duurder uit dan wanneer het geld had geleend. Maar anderzijds
is het risico minder: als je verlies draait, krijgt de participant
ook niets. Om die reden hebben we liever eigen dan vreemd vermogen."
Briljante ideeën
De directie van Allshare ziet er niet tegenop de zeggenschap over
het bedrijf te delen met de verschaffer van het eigen vermogen, zegt
Van Kampen. "Wij hebben de discussie over de voor- en nadelen van
het inleveren van zeggenschap jaren geleden al gevoerd, destijds
toen we die lening van twee miljoen nodig hadden. Wij hadden de
aandelen graag helemaal voor onszelf gehouden, maar de financiers
wilden graag een 'say in the matter'. Toen hebben we hun laten delen
in het aandelenkapitaal en hebben we commissarisposten aan hen
afgestaan. En ik moet zeggen: op het gedrag van de externe
aandeelhouders valt niets aan te merken."
Het aandeel van de effectenbanken in het kapitaal van Allshare is in
de loop van de jaren afgenomen. Daar staat tegenover dat de
werknemers een groter aandeel hebben gekregen. Deze verschuiving van
eigendomsverhoudingen kent een niet-financiële achtergrond.
"Software is een 'people's business'. Wij zijn sterk afhankelijk
mensen met briljante ideeën. Het is belangrijk dat wij hen aan ons
bedrijf kunnen binden. Dat proberen wij te bereiken door hen opties
op aandelen te verstrekken en in de winst te laten delen. De
overheveling van een gedeelte van het eigen vermogen heeft dus niet
plaatsgevonden omdat we ontevreden waren over onze oorspronkelijke
mede-aandeelhouders, maar omdat we het nodig vonden iets te doen
voor ons personeel."
Op termijn is een beursnotering een optie voor Allshare. Niet zozeer
om extra vermogen aan te trekken als wel om een gedeelte van de
aandelen te kunnen herplaatsen. "Als het goed gaat met een bedrijf
worden de aandelen erg duur. Te duur om binnen het eigen bedrijf te
verhandelen. Een mogelijkheid is om de aandelen te verkopen aan een
externe partij. Maar dan moet je nog meer zeggenschap inleveren. En
wie weet wat de nieuwe participant met jouw aandelen doet? Misschien
verkoopt hij ze wel aan je grootste concurrent! Je kunt de aandelen
dan misschien beter verspreiden over een groot aantal kleine
aandeelhoudertjes, die afzonderlijk geen invloed hebben op het
beleid." Een beursgang is op het moment echter niet aan de orde. "We
moeten eerst nog verder groeien. Nu zijn we nog te klein."